Karakter
Volgens de FIFe-rasraad rustig, vriendelijk en ontspannen, ook met andere katten. Intelligent en aanhankelijk, met een speelse kant die een leven lang blijft.
Past een Noorse boskat bij jou?
De dikke halflange vacht verhaart flink, vooral in het voorjaar. Wekelijks borstelen is genoeg, in de rui vaker. Hij klimt graag, dus een hoge krabpaal is geen overbodige luxe.
Twijfel je? Vul de rassenkiezer in en zie hoe de Noorse boskat scoort op jouw situatie.
Herkomst
De Noorse boskat komt uit Scandinavië. In sommige delen van Noorwegen en Zweden leven deze katten nog in het wild. Volgens het LICG raakten mensen in de jaren dertig geïnteresseerd in deze 'kat-lynxen', en kwam het ras na de Tweede Wereldoorlog opnieuw in de belangstelling. Sinds 1977 is het internationaal erkend.
Een vacht voor elk seizoen
De vacht heeft een wollige ondervacht en een glanzende, waterafstotende bovenvacht van lang, grof haar. In de winter heeft hij een bef, een volle kraag en een 'broek' aan de achterpoten. In de zomer verliest hij zijn kraag en het grootste deel van de ondervacht; in de herfst groeit het weer aan. De pluimstaart blijft het hele jaar lang.
Volgens het LICG is wekelijks borstelen meestal genoeg, maar in de rui is dagelijks borstelen nodig om de dode haren uit de ondervacht te halen. Verder herken je hem aan de pluimpjes op de oren, een driehoekige kop en grote, ronde voeten met haar tussen de kussentjes.
Binnen of buiten?
Volgens het LICG is de Noorse boskat rustig, vriendelijk en verdraagzaam, maar ook actief en tot op hoge leeftijd speels. Hij kan als binnenkat leven, maar vindt het ook heel prettig om naar buiten te kunnen.






