Waarom drie keer?
Een gezonde, ingeënte moederpoes geeft via haar eerste melk afweerstoffen door aan haar kittens. Die beschermen eerst, maar ze zorgen er ook voor dat een inenting minder goed werkt. Wanneer die afweerstoffen verdwijnen, verschilt per kitten. Daarom wordt meerdere keren ingeënt. Vroeger waren het twee inentingen, maar dat beschermde veel kittens onvoldoende. Sinds 2016 geldt wereldwijd het advies van de WSAVA, de wereldorganisatie van dierenartsen voor gezelschapsdieren, om een derde inenting rond 16 weken te geven.
Waartegen wordt een kat ingeënt?
De basisinentingen, die belangrijk zijn voor elke kat, ook binnenkatten:
- Kattenziekte (parvovirus): heel besmettelijk en vaak dodelijk. Het virus kan maandenlang in de omgeving overleven en via schoenen, kleding of handen binnenkomen. Ook een binnenkat kan het dus krijgen.
- Niesziekte (herpesvirus en calicivirus): niezen, vieze ogen, neusuitvloeiing en zweertjes in de bek. Lees meer op niesziekte bij de kat.
Afhankelijk van het risico kan de dierenarts ook inenten tegen het kattenleukemievirus (FeLV), Chlamydophila, Bordetella en hondsdolheid (rabiës). Volgens de NVWA heeft een kat die je vanuit een ander land naar Nederland meeneemt een geldige rabiësvaccinatie nodig.
Een kitten kopen?
Het LICG raadt aan om na te gaan of de moederpoes goed is ingeënt, en het liefst een kitten te nemen dat zijn eerste twee inentingen al heeft gehad. Volgens het Besluit houders van dieren moet een verkoper je het bewijs van inenting meegeven. Lees meer op kitten kopen en over kitten ontwormen.