Zo gaat adopteren
Zo werkt het bijvoorbeeld bij Kerbert Dierentehuis, een asiel van de Dierenbescherming:
- Je bekijkt welke katten er zijn op de website van het asiel.
- Past er een kat bij jouw situatie, dan vul je het adoptieformulier in.
- Je maakt een afspraak om kennis te maken met de kat.
- Je neemt een legitimatiebewijs mee als je de kat ophaalt.
Elk asiel heeft een eigen procedure en eigen tarieven. Het adoptiebedrag verschilt per asiel en vaak ook per leeftijd van de kat. Vraag het na bij het asiel waar je wilt adopteren.
Wat krijg je mee?
Bij de asielen van de Dierenbescherming is elke kat ingeënt, ontwormd, ontvlooid en gechipt, en gesteriliseerd of gecastreerd. Dat scheelt je de kosten bij de dierenarts. Het helpt ook voor een lang leven: in een grote Britse studie hadden katten die niet gecastreerd waren ruim vier keer zoveel kans om voor hun derde jaar te overlijden. Meer daarover lees je op hoe oud wordt een kat.
Lukt het niet?
Bij Kerbert Dierentehuis betaal je de eerste drie maanden na de adoptie geen afstandskosten als je de kat terugbrengt. Daarna geldt terugbrengen als afstand doen. Vraag bij je eigen asiel hoe dat geregeld is.
Een raskat uit het asiel
Ook raskatten komen in het asiel terecht. Een bijzonder geval zijn katten met vouworen en naaktkatten: die mag je sinds 1 januari 2026 niet meer kopen of houden, maar adopteren uit een asiel mag wel. Volgens artikel 3.34 van het Besluit houders van dieren geldt het houdverbod niet als de kat uit een asiel komt en het asiel dat op schrift verklaart. Lees meer over de verboden kattenrassen.
Welke kat past bij jou?
Vertel het asiel eerlijk hoe je woont, hoe lang de kat alleen is en of er kinderen of andere dieren zijn. Wil je weten welk karakter bij je past, doe dan de rassenkiezer; de vragen over je dagelijks leven helpen ook bij het kiezen van een asielkat.
Zoek je ook een hond? Lees op Hondenraskiezer hoe je een hond adopteert.